Calandmonument (1907) Henri Evers & Arend Odé

BKOR archief
Over het kunstwerk

Het Calandmonument is gewijd aan de Waterstaatsingenieur Pieter Caland (1826 – 1902), de bedenker van de Nieuwe Waterweg. Door de aanleg van deze waterstraat kon aan het eind van de 19e eeuw en begin 20e eeuw de Rotterdamse haven sterk groeien. Het architectonisch ontwerp voor het monument is gemaakt door de bouwmeester van het Rotterdamse stadhuis, Henri Evers. Hij schakelde op zijn beurt de Delftse professor A.W.M. Odé in voor het beeldhouwwerk. In 1907 was het monument klaar en kreeg het een centrale plek aan de Coolsingel tot het in 1939 om verkeerstechnische redenen naar de meer afgelegen Veerkade verplaatst moest worden. Achteraf was dat waarschijnlijk een gelukkige beslissing, omdat de kans groot is dat het Calandmonument anders het bombardement van 1940 niet overleefd zou hebben. De basis van het Calandmonument dient als overloopbassin voor een aantal waterbekkens. Boven deze drie bekkens hangen bronzen leeuwenkoppen, die de bekkens volspuwen. Aan de voorzijde wordt een boegvormig waterbekken bevolkt door twee naakte figuurtjes. In stenen plaquettes zijn diverse inscripties aangebracht. Die aan de westzijde luidt: “De Raad van Waterstaat. Ingesteld ter beoordeling van de plannen ter verbetering van Rotterdams zeewegen, geeft de voorkeur aan Caland’s ontwerp, berustend op de werking van eb en vloed. Dienovereenkomstig gelast de wet van 24 jan 1863 de doorgraving van de Hoek van Holland en de afdamming van het scheur.” Aan de oostzijde is in een plaquette een overzichtskaart van de regio met het bedoelde ontwerp van de Waterweg weergegeven. Bovenop de stenen obelisk staat een gevleugelde vrouwenfiguur, de genius van Rotterdam. Het Calandmonument vormt samen met het G.J. de Jonghmonument, Stieltjesmonument en Vierkant eiland in de plas een collectie waterstaatkundige werken in Rotterdam.

lees meer
Over de kunstenaar

Henri Evers (Ellecom, 1855 – Wassenaar, 1929) was een Nederlands architect. Na zijn studie in Den Haag en Antwerpen werkte hij in Brussel, Wenen en Boedapest. In 1885 keerde hij terug naar Nederland en vestigde zich als architect in Amsterdam. In 1887 werd Evers hoofd van de afdeling Bouwkunst van de Academie van Beeldende Kunsten in Rotterdam en hij was van 1902 tot 1926 hoogleraar aan de TU in Delft. In zijn architectuur zien we ideeën van Berlage en Jugendstil kenmerken terug. Het Rotterdamse Stadhuis is een ontwerp van Evers en gebouwd tussen 1914 en 1920.

lees meer
Over de kunstenaar

Beeldhouwer Arend Willem Maurits Odé was in Delft hoogleraar boetseer- en beeldhouwkunde. Als beeldhouwer kreeg hij naam door zijn verschillende decoraties aan het Vredespaleis in Den Haag (voorgevel), het Stadhuis in Rotterdam en diverse monumenten zoals het Regentessemonument in Den Haag. Odé was ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en officier in de Orde van Oranje-Nassau.

lees meer