G. J. de Jonghmonument (1935) Ad van der Steur & Leendert Bolle & Jaap Gidding

Over het kunstwerk

Gerrit Jan de Jongh (1845-1917) speelde een sleutelrol bij de explosieve groei van de Rotterdamse haven op de drempel van de 19e en 20e eeuw. Hij trad aan als directeur van Gemeentewerken Rotterdam in 1879, het jaar dat de Rotterdamse haven in financiële rouw gedompeld was door de manipulaties van Lodewijk Pincoffs. De Jongh nam de draad snel weer op en zorgde onder andere voor de aanleg van de nieuwe havens, waarmee Rotterdam tot 1950 vooruit kon. Op de dag na zijn dood, op de eerste februari 1917, nam de gemeenteraad met aller instemming het besluit zijn nagedachtenis door een blijvend teken te eren, ook al had De Jongh zichzelf reeds een gedenkteken in zijn havenaanleg gesticht. Er werd vanaf dat moment negen jaar gediscussieerd over het gedenkteken en het zou nog eens negen jaar duren, voordat dit monument onthuld werd. De gemeente zou het namelijk zelf financieren (een unicum), als huldebetoon aan een geniaal burger. Maar de financiering werd wel een probleem en ook de uitvoering kwam niet van de grond. Voor de directeur van de Steenkolen Handelsvereeniging, de puissant rijke ondernemer D.G. van Beuningen, bestonden er op dit punt geen twijfels. Uiteindelijk betaalde hij de rekening voor het monument dat als afsluiting van de tuin achter het nieuwe Museum Boijmans een plaats kreeg. De architect van het museum, Ad van der Steur, tekende ook voor het ontwerp van het monument en vormt zo een ensemble met het museum, bijvoorbeeld door dezelfde rode baksteen te gebruiken zoals in het museum is toegepast.

Het G.J. de Jonghmonument is een klassieke ordening van een terras kijkend op een park met een beschuttende muur in de rug. Er is een zitelement met uitkijk op het park. Van de Steur ontwierp de twaalf meter hoge naald van Scandinavisch graniet, de borstwering van Duitse zandsteen en Hollandse handvormbaksteen, en de lijnen langs de vijver. Leendert Bolle maakte de bronzen plaquette met beeltenis van De Jongh en het bronzen hekwerk met verhalende episoden over het dagelijks bedrijf van Gemeentewerken en figuren, waarmee de directeur veel in aanraking kwam – van de grondwerker tot de wethouder toe. Maar wat De Jongh voor Rotterdam heeft betekend, werd het mooist verbeeld in het mozaïek van Jaap Gidding, dat kleurig vertelt van de groei van haven en stad en van de grote lijnen, die De Jongh voor de toekomst had getrokken.

Eén dag voor de opening van het museum, op 5 juli 1935, droeg Van Beuningen (zijn naam en collectie werden in 1958 aan het museum verbonden) het monument over aan de gemeente. De Duitse bezetting, die in onze stad niets ontzag, liet ook het gedenkteken voor De Jongh niet ongemoeid en moest daarom uit voorzorg worden gesloopt. De afbraak werd gelukkig overgelaten aan voorzichtige handen, die het werk in delen behoedzaam in veiligheid brachten. Daaraan was het te danken, dat het G.J. de Jonghmonument na de bevrijding weer in zijn oorspronkelijke staat kon worden hersteld.

Dit werk vormt samen met het Stieltjesmonument, het Calandmonument en Vierkant eiland in de plas een collectie waterstaatkundige werken in Rotterdam.

lees meer
Over de kunstenaar

Architect Ad Van der Steur (Haarlem, 1893 – Rotterdam, 1953) studeerde bouwkunde in Delft. Daarna werkte hij voor de NS en vanaf 1924 in Rotterdam als gemeentearchitect, aanvankelijk in een aan Dudok en de Amsterdamse School verwante stijl. Hij ontwierp in Rotterdam onder meer het Oogziekenhuis, het Erasmiaans Gymnasium, Museum Boijmans van Beuningen en de ventilatiegebouwen van de Maastunnel. Een aantal van zijn ontwerpen staan op de lijst van Rijksmonumenten in Rotterdam.

lees meer
Over de kunstenaar

Leendert Bolle (Rotterdam, 1879 – Rheden, 1942) wilde schilder worden en bezocht daartoe vier jaar de Académie Julian. Hij werd uiteindelijk beeldhouwer en maakte monumenten en penningen. Hij werkte een aantal jaren in Amerika en vestigde zich in 1913 in Rotterdam, waar hij diverse werken gerealiseerd heeft.

Over de kunstenaar

Ontwerper Jaap Gidding (1887 – 1955) ontwierp het grote kleed van Tuschinki in Amsterdam. Tevens ontwierp en decoreerde hij vazen bij de Glasfabriek in Leerdam en hij maakte wand- en plafondschilderingen in de Machinist, Rotterdam.