Piet Heynmonument (1870) Joseph Graven

BKOR archief
Over het kunstwerk

Piet Heyn (1577-1629) was een kundig zeevaarder en marinebevelhebber. Hij stond bekend als nuchter, vindingrijk, onverschrokken en bekwaam in de handel. Met die eigenschappen trad hij eerst in dienst van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Later verwierf hij het bevel over een aantal missies van de West-Indische Compagnie (WIC). Op volle zee – vaak in oorlogssituaties en omringd door piraterij – legde de Delfshavenaar een opmerkelijke clementie aan de dag. Heyn had respect voor de Spaanse vijand (hij had bijna tien jaar in gevangenschap doorgebracht), sprak met mededogen over het lot van Afrikanen, en hekelde de behandeling die tot slaaf gemaakte indianen in Amerika ten deel viel: ‘Is het een wonder dat de indiaan zijn leed op ons wil wreken? Vriendschap moet van ónze zijde komen, want wij bezoeken hen – zij hebben ons niet opgezocht. Laten we er op toezien dat we God’s boosheid niet opwekken door ons schuldig te maken aan onbehoorlijke handelingen en gedragingen’. Met de slavenhandel had Heyn niets van doen. De WIC nam pas zes jaar na de dood van Heyn afscheid van het gebod dat ‘slavenhandel voor christenen een ongeoorloofde vorm van handel is’.
Piet Heyn dankt zijn standbeeld echter niet aan deze uitzonderlijke reputatie. Het was de verovering van de ‘Zilvervloot’ die zijn naam voorgoed vestigde. Heyn wist enkele Spaanse schepen te kapen die waren geladen met zilver uit Amerikaanse mijnen. Hoewel de verovering niet veel voorstelde (door lafheid was de Spaanse vijand gevlucht), werd het behalen van de buit in Nederland als een heroïsche daad beschouwd. Het enorme kapitaal (bijna 12 miljoen gulden – omgerekend naar nu circa een half miljard euro) kwam toe aan de WIC, haar aandeelhouders en stadhouder prins Frederik Hendrik. Heyn ergerde zich aan de hulde die volgde, waaronder feestbanketten, liedjes en verzen van topdichters als Vondel en Huygens. Want zijn échte wapenfeiten, zoals de overval op de Braziliaanse havenstad San Salvador, bleven onbesproken. Op 17 juni 1629 werd hij, inmiddels benoemd tot admiraal van de Nederlandse marine, vol getroffen door een kanonskogel, afgeschoten van een schip met kapers uit Oostende. Heyn was op slag dood.
Ter nagedachtenis aan Heyn vonden in de toen nog zelfstandige gemeente Delfshaven eeuwfeesten plaats en werden hier vele lofdichten geschreven. In 1867 kreeg hij zelfs een uit sneeuw vervaardigd beeld, maar de dooi maakte na vijf dagen een eind aan het initiatief. Hierop volgde de roep om een écht beeld. Dat kwam er ook. Het monument, vervaardigd door de beeldhouwer Jos Graven (1836-1877), werd aanvankelijk geplaatst nabij de plek waar Piet Heyn het eerste levenslicht aanschouwde (Piet Heynsplein). De onthulling werd verricht door koning Willem III. Sinds 1886, toen Delfshaven bij Rotterdam werd gevoegd, maakt het beeld deel uit van de Rotterdamse stadscollectie. In 1966 verhuisde het monument naar de huidige locatie.

lees meer
Over de kunstenaar

Joseph Graven (‘s-Hertogenbosch, 1836 – Rotterdam, 1877) was een Nederlands beeldhouwer. Hij was achtereenvolgens werkzaam in München, ‘s-Hertogenbosch (1863 – 1875) en Rotterdam. Hij maakte onder andere plastieken voor de Sint-Janskathedraal in Den Bosch en houten beelden voor de Hilversumse Sint-Vituskerk. Voor het Piet Heynsplein in Rotterdam vervaardigde hij een standbeeld van de zeeheld Piet Heyn, wat op 17 oktober 1870 door koning Willem III werd onthuld. Het beeld is tegenwoordig een Rijksmonument.

lees meer