Met verwijzingen naar prehistorische grotschilderingen en naar beeldhouwwerk uit niet-westerse culturen ontwikkelde Francien Valk (1954) een beeldhouwkundig oeuvre van mens- en dierfiguren, gehouwen uit steen, waarbij de oorspronkelijke rechthoekige vorm van het blok steen vaak aanwezig blijft en waardoor de ledematen, met een zekere grofheid à la Maillol, zich plooien naar dit kader.