Jan Engelchor (Amsterdam, 1920 – Bussum, 1976) studeerde aan de Rijksacademie in Amsterdam, werkte twee jaar bij Henri Matisse en deed mee aan exposities in Amsterdam, Den Haag, Laren, Almelo, Eindhoven en Caracas. Aanvankelijk was hij schilder, maar in 1958 stapte hij over naar beeldhouwkunst. Eerst werkte hij daarbij in aluminium, ijzer, RVS, koper en later ook messing. In 1958 exposeert hij metaal- en betonsculpturen in een galerie in Hilversum. Het Vrije Volk meldt dat hij ‘is aangeraakt door het modernisme’ en de penselen heeft vervangen door lasapparatuur. Een tentoonstelling in 1961 in galerie “d’eendt” in Amsterdam wordt door de NRC positief beschreven en vergelijkt hem met Arp, César, Tajiri.