Johanna Helena Schellevis-de Vries, beter bekend als Joep (of Joop) Rooduijn (Amsterdam 1916 – 2012) was een beeldhouwer in Apeldoorn. In Amsterdam had zij aan de Rijksacademie gewerkt met professor Bronner. In 1953 exposeerde zij in Amsterdam met haar man Perdok, in 1959 met Janna Doebele in ’t Venster in Rotterdam. Ze zou lid worden van het Schilder- en Teekengenootschap Kunstliefde in Utrecht. Haar werkzame periode besloeg in elk geval de jaren vijftig en begin jaren zestig. Een expositie in het Kapelhuis in Amersfoort in 1961 krijgt positieve kritieken: chamottereliëfs, beeldjes en koppen in Franse kalksteen, door een recensent beschreven als ‘gaaf en gevoelig bewerkt’ en ‘mooie en boeiende plastieken’. Ze werkt veel met ‘cire perdue’ in een gestileerde figuratie, soms verwant aan Maillol, veelal mensfiguren verbeeldend. Na 1961 verdwijnt ze voor wat betreft de pers en het tentoonstellingscircuit uit beeld.