Johan Coenraad (‘Jan’) Altorf (Den Haag, 1876 – Den Haag, 1955) werd geboren als de zoon van een timmerman. Zijn artisticiteit moet zijn opgevallen toen hij in de leer ging bij een stoelenmaker, die hem wellicht (dier-)ornamenten leerde snijden voor meubels. Na zijn academietijd werkte hij als beeldhouwer in steen, hout, ivoor, keramiek en brons. Grote verzamelaars als mevrouw Kröller-Müller en Rotterdamse ‘havenbaronnen’ kochten regelmatig werk van hem. Zijn visie op vorm is opmerkelijk: de onderwerpen worden geanalyseerd in onderdelen die in de opvatting van Altorf het meest kenmerkend zijn voor de uitbeelding van het gegeven. Door de onderdelen dusdanig te selecteren, ze te reduceren en weer samen te brengen, bouwt hij voorstellingen die slechts het meest essentiële uitdrukken. Deze strakke vormgeving leent zich ook uitstekend voor decoratief werk in kunstnijverheid. Ofschoon hij veelal gekend wordt als een beeldhouwer die zich concentreert op dierfiguren (vooral apen en vogels) heeft hij ook portretten en meubels vervaardigd.