Ludwig Oswald Wenckebach (Heerlen, 1895 – Noordwijkerhout, 1955) ging rond 1910 in de leer bij zijn oom, de schilder Willem Wenckebach en volgde kunstopleidingen in Haarlem en Wenen. In 1919 kwam hij terug naar Nederland en ging in Schagen wonen. Daar maakte hij kennis met de beeldhouwer John Rädecker, die hem aanzette om te gaan beeldhouwen. Aanvankelijk werkte hij in de klassieke Griekse traditie. Vanaf de jaren vijftig ontwikkelde hij een meer eigen, figuratieve stijl: een subtiele wijze van stileren, maar zijn figuren behielden een bepaalde strengheid. Langzaamaan kregen zijn vrije figuurplastieken een eigen karakter met een strakke, gestileerde vormgeving en een milde, meer alledaagse – soms ironische –uitstraling. Rond 1955 werd Wenckebach benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.