De Chinese kunstenaar Li de Cai (1943, Binnen-Mongolië) studeerde van 1960 tot 1964 decorontwerpen aan de kunstacademie in Binnen-Mongolië, een autonome regio in China, dat grenst aan (Buiten-)Mongolië en Rusland in het noorden. Na deze studie ontwikkelde hij zich tot aquarellist, kalligrafist en schilder. Hij kwam in Nederland terecht en woonde op Katendrecht aan de Brede Hilledijk. Daar vlakbij, aan de Veerlaan, maakte hij een muurschildering in dezelfde tijd dat hij in gezelschap van andere kunstenaars van Chinese herkomst exposeerde in Nederland. Onder meer in het keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden toonde hij zijn werk met klassiek Chinese inspiratie: thema’s zoals bamboe, in een fijne ingetogen schilderstijl die tegen het decoratieve aan zit, want realistisch maar zonder driedimensionaliteit. In zijn vrije werk gebruikte hij penselen en rijstpapier, wat een bepaalde zachte lijnvoering met zich meebrengt die je ook terugziet in zijn schildering aan de Veerlaan. Hij koos onderwerpen die voortkomen uit Chinese beeldtradities: bamboe, orchideeën, chrysanten en pruimenbloesems. Om het toegankelijker te maken, combineerde hij dat met koeien en molens, iets waar niet elke criticus erg enthousiast op reageerde. Hij zou daarna nog lange tijd als kunstenaar actief blijven in Rotterdam.