Rotterdamse straatfiguren (1941) Johan van Berkel

Rosanne Dubbeld
Over het kunstwerk

Na het bombardement werd er gelijk gestart met de wederbouw van de stad en werden kunstenaars en beeldhouwers betrokken bij deze wederopbouwwerkzaamheden. De Rotterdamse architect Jan Hendriks gaf de Rotterdamse beeldhouwer Johan van Berkel in 1941 opdracht om een serie gevelbeelden voor het Minervahuis aan de Meent te maken. Van Berkel vereeuwigde markante slachtoffers van het bombardement. Deze ‘Rotterdamse straatfiguren’ bestaan uit het Balonnenvrouwtje, het Duivenvrouwtje (die jaren lang voedsel voor de duiven van de Laurenskerk strooide), de Visvrouw, de Harmonicaspeler, Boefje, de Bootwerker en het Mannetje met de papieren molens. Het betrof hier figuren die het straatbeeld van de vooroorlogse binnenstad kleur hadden gegeven. Ook verwijzen deze volkse figuren naar de teloorgang van de oude sloppenwijken in de binnenstad, waar armoede, criminaliteit, prostitutie en alcoholisme welig hadden getierd. Die teloorgang was overigens niet het resultaat van het bombardement. Want het stadsbestuur was al voor de oorlog gestart met de sloop  van de krottenwijken en de herstructurering van de binnenstad. Deze zeven gevelstenen vormen samen met De Opbouwwerkers (1941) van Koos van Vlijmen en De architect (1940) en Vluchtende vrouw en kind (1940) van Han Richters tot de beeldengroep van eerste oorlogsmonumenten in Rotterdam.

lees meer
Over de kunstenaar

Johan van Berkel (1913 -1956) was een Nederlandse beeldhouwer. Tussen 1927 en 1937 leerde hij het vak van beeldhouwer op de avondopleiding van de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen in Rotterdam. Overdag was hij stukadoor, later gaf hij les op een technische school. Hij werd destijds als een veelbelovend kunstenaar beschreven maar hij overleed op vrij jonge leeftijd.

lees meer