Van ‘Kabouter Buttplug’ tot ‘Jan Gat’: in Rotterdam staan meer dan duizend beelden. Ook al hebben ze niet allemaal een bijnaam, ze worden wel stuk voor stuk liefdevol verzorgd. Jaap Zijlstra, technisch assetmanager bij de afdeling Stadsbeheer van Gemeente Rotterdam, is verantwoordelijk voor het beheer van de stadscollectie van zo’n vijfhonderd beelden. Drie vragen over zijn werk.
Rotterdam heeft een omvangrijke stadscollectie van nationale en internationale kunstenaars. Niet alleen de plaatsing van zo’n kunstwerk heeft heel wat voeten in de aarde, ook daarna moet er nog een hoop gebeuren. Daarvoor werk je samen met BKOR en SIR, die onder meer adviseren over kunst in de openbare ruimte van Rotterdam. Hoe gaat het technische onderhoud van de beeldencollectie in z’n werk?
De Rotterdamse beeldencollectie, of het nu gaat om Santa Claus of het Razziamonument, wordt elk jaar geschouwd. Dat betekent dat een expert bij elk beeld uit de collectie langsgaat voor een inspectie. Aan het einde van het jaar krijg ik een hele stapel inspectierapporten op mijn bureau. Daarin staan aandachtspunten en foto’s. Ik neem al die rapporten door en maak per kunstwerk een onderhoudsstrategie voor de komende jaren. De ene keer is alleen iets simpels nodig, zoals graffiti verwijderen; de andere keer moet een beeld volledig gerestaureerd worden. En verder is er het standaard onderhoud: bronzen werken worden een of twee keer per jaar gereinigd en in de was gezet, maar ook de omgeving van kunstwerken houden we bij. Zo laten we rondom het G.J. de Jonghmonument wat vaker schoonmaken, omdat daar ’s nachts dak- en thuisloze mensen verblijven. We willen het schoon en veilig houden voor andere bezoekers. En onlangs moesten we met spoed naar Moments Contained om de racistische leus die er was neergekalkt weg te halen, ook al lag de stad op dat moment plat door de hevige sneeuwval.
Dan is er nog de financiële kant van het onderhoud. Voor regulier onderhoud is er altijd wel geld beschikbaar, maar voor een flinke restauratie kan het soms wat langer duren voordat de gemeente het budget bij elkaar heeft. Wij maken de begrotingen voor onderhoud en restauratie, maar het college moet daar uiteindelijk wel mee akkoord gaan.
Tot de Rotterdamse beeldencollectie behoren ook verschillende monumenten, die een grote rol spelen bij herdenkingen. Zo worden bij het Monument voor alle gevallenen op het Stadhuisplein kransen gelegd tijdens de dodenherdenking op 4 mei, en worden bij Clave. Monument voor de slavernij aan de Lloydkade op 30 juni de slachtoffers van de transatlantische slavenhandel herdacht. Wordt er extra zorg besteed aan monumenten rond die belangrijke dagen?
Zeker, ik speel een belangrijke rol in de coördinatie. We beginnen nu al zoetjesaan met de voorbereidingen voor 14 mei, wanneer het bombardement op Rotterdam wordt herdacht; en voor 4 mei, als we de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdenken. Er zijn inmiddels 38 herdenkingsmonumenten en gedenktekens waar op 4 mei een fysieke herdenking plaatsvindt. Samen met mijn collega’s van Stadsbeheer en diverse aannemers zorgen we ervoor dat alles er netjes uitziet. Dat vraagt om een nauwe coördinatie, want de straten moeten schoongemaakt worden, er worden plantjes gepoot, de beelden zelf worden gereinigd. Vervolgens zorgen we er ook voor dat op al die locaties masten zijn om de vlag halfstok te hangen en staketsels om de kransen aan op te hangen. Het is hard werken en zo’n herdenking is beladen en verdrietig, maar toch geeft het veel voldoening omdat het belangrijke momenten zijn voor de stad. De verhalen die tijdens zo’n herdenking worden verteld grijpen je toch wel aan.
Is dat volgens jou ook het belang van de beeldencollectie van Rotterdam?
Ik heb geen achtergrond in de kunst, maar ik vind het wel goed dat er zoveel kunst in Rotterdam te zien is. Een groot deel van Rotterdam is platgebombardeerd tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar door alle kunst en monumenten in de stad kunnen we toch de Rotterdamse verhalen vertellen. En ik mag werken met al die iconische objecten. Ik doe namelijk niet alleen het onderhoud van de kunstwerken, maar ook van historische gebouwen als de Laurenstoren, de hoge vuurtoren in Hoek van Holland of De Vier Winden, de molen uit 1776 aan de Rotte. Ik heb de mooiste baan van allemaal!