Een bewerking van de tekst die vrijdag 4 september 2026 werd voorgedragen bij de onthulling van de restauratie van de schildering Ode aan Salvador Allende, aan de West-Kruiskade in Rotterdam.
‘La historia es nuestra y la hacen los pueblos.’ De geschiedenis is van ons, en zij wordt gemaakt door het volk. Dit waren de woorden van Salvador Allende in zijn laatste radiotoespraak op 11 september 1973, op het moment dat de militaire staatsgreep van generaal Augusto Pinochet in volle gang was. Allende zou kort daarna in het zwaar belegerde presidentieel paleis in Santiago zelfmoord plegen.
Drie jaar eerder, in 1970, werd de socialistische Allende gekozen tot president. Dat arbeiders, boeren en de inheemse Mapuche-indianen hun hoop hadden gevestigd op de charismatische en idealistische Allende werd met argusogen gevolgd door de Verenigde Staten. Het democratisch socialisme werd door Washington beschouwd als voorportaal van een communistische overname.
Vanaf het begin werd Allende door de Amerikanen verdacht gemaakt en gesaboteerd. De coup van Pinochet werd dan ook georkestreerd in nauwe samenwerking met de CIA en de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger. Over de gevolgen van deze dramatische gebeurtenis later meer.
Ik heb vandaag, bij de terugkeer van de schildering ‘Ode aan Salvador Allende’, de eer om iets te zeggen over het Chileens muralisme in Rotterdam. Deze kunstbeweging van Chileense ballingen moest de droom van Allende in leven houden. Via onder andere muurschilderingen in de jaren zeventig en tachtig werd de Chileense strijd tegen de dictatuur verbeeld. Muurschilderingen die vrijwel allemaal zijn verdwenen maar aanvankelijk ook niet bedoeld waren om voor eeuwig te blijven bestaan. Het waren politiek geëngageerde kunstwerken die vooral de actualiteit van toen onder de aandacht wilden brengen.
Laat ik eerst beginnen met een persoonlijke anekdote. Bijna mijn hele leven liep ik langs de muurschildering van Jorge Kata Núñez hier aan de West-Kruiskade. Het gaf me een verguld gevoel. Tussen de schreeuwerige en vluchtige reclames die de buitenruimte vrijwel geheel hebben overgenomen, zou dit kunstwerk er voor mij altijd bovenuit stijgen. Het is een ongewone eyecatcher. Het voedde mijn nieuwsgierigheid naar het achtergrondverhaal ervan. Het is dan ook nog altijd een ontroerend verhaal over onderdrukking, ballingschap maar ook veerkracht en solidariteit.
Een paar jaar geleden ben ik verhuisd naar Amsterdam en kwam terecht in Osdorp, toevallig op een paar honderd meter van de President Allendelaan. Een nog grotere toeval is dat uitgerekend in de buurt waar ik nu woon bij sloopwerkzaamheden een indrukwekkende, kleurrijke muurschildering van Kata Núñez uit 1983 is herontdekt. Het leven zit vol verrassingen.
Zelf heb ik een aantal jaren terug een kleine bijrol gehad in een campagne voor behoud van Chileense werken op het Zuidplein. Het ging om twee geschilderde zuilen bij de ingang van het metrostation, met boodschappen als ‘Breek de ketens van ’t fascisme in Chili’ en ‘Met de boycot verslaan we de Chileense junta’. Toen ik zag dat de omgeving werd verbouwd gingen bij mij de alarmbellen af. De Rotterdamse gemeente heeft weleens de neiging om niet alleen stenen maar ook kunst te slopen. Veel Chileense kunstwerken zijn op die manier ook voorgoed verloren gegaan. Via NRC, de krant waar ik toen werkzaam was, heb ik er de nodige aandacht op weten te vestigen. Intussen is beloofd dat de Chileense zuilen bewaard zullen blijven.
De erfenis van het Chileens muralisme is dus nog hier en daar zichtbaar en ik zou zeggen ook broodnodig. Want decennia later blijken de muurschilderingen niet alleen een stukje erfgoed dat iets zegt over het verleden, ze zijn op een wrange manier zeer actueel. Het fascisme rukt op in Europa, extreem-rechtse politici winnen in Latijns-Amerika aan invloed en de Verenigde Staten zaaien wereldwijd nog altijd terreur. We zien dagelijks hoe Amerikaanse wapens doden en gewonden veroorzaken in Palestina en Libanon. In de Caribische Zee blazen Amerikaanse drones vissersbootjes op, naar eigen zeggen vanwege drugssmokkel. In Venezuela zijn de Amerikanen van plan om de olievelden te plunderen. En, om niet te vergeten, de volledige Amerikaanse blokkade van Cuba, waar miljoenen mensen nauwelijks brandstof meer hebben, hongerlijden en tussen de ophopende afvalbergen moeten leven omdat de vuilniswagens niet meer kunnen rijden.
Moeten we deze misdaden met z’n allen maar normaal vinden? Sommigen zeggen dat het recht van de sterkste nou eenmaal bij de menselijke geschiedenis hoort. Maar wat net zo onlosmakelijk verbonden is met de wereldgeschiedenis is verzet. En verzet is wat de Chileense schilderbrigadiers van weleer ook pleegden. Niet met automatische geweren maar met verfkwasten.
Een kleine voorgeschiedenis over de praktijk van deze bijzondere artistieke protestvorm. De muurschildering begon al in de jaren zestig als medium voor communistische en anti-imperialistische bewegingen in Chili. De eerste en bekendste kunstbrigade, voortgekomen uit de communistische beweging, was de Brigada Ramona Parra. Reeds in 1968 maakten leden van dit kunstenaarscollectief muurschilderingen tijdens een van de vele Vietnamdemonstraties in Santiago. Andere schilderbrigades volgden en tijdens de verkiezingscampagne van Allende werden ze ingezet om politieke boodschappen te verspreiden.
In de nachtelijke uren werden heimelijk wandschilderingen gemaakt. De manier waarop getuigde van een hoge organisatiegraad. Een groep trok eerst met dikke zwarte lijnen de contouren van de figuren of letters op de muur, gevolgd door een andere groep die binnen de lijnen felle kleuren aanbracht. Even later volgde een laatste groep die de achtergrond schilderde. Zo konden in vrij korte tijd grote muurschilderingen ontstaan.
Tijdens het presidentschap van Salvador Allende bleven de kunstbrigades actief, al was het maar omdat de massamedia zoals kranten, tijdschriften en radio grotendeels in private handen waren. De muren waren voor de socialistische beweging nog altijd het beste communicatiemiddel om politieke boodschappen over te brengen.
Nadat Allende in 1973 was afgezet werd schilderen in het openbaar een levensgevaarlijke bezigheid. Kunstenaars, schrijvers, linkse activisten en dissidenten werden onder de junta van Pinochet opgejaagd, vastgezet, gemarteld, vermoord of verbannen. Duizenden Chilenen zouden in de jaren zeventig in Europese steden hun toevlucht zoeken, waaronder dus in Rotterdam. Ze kregen hier een warm onthaal, werden volwaardig opgenomen in de gemeenschap en kregen de ruimte om hun politiek activisme voort te zetten. De kunstbrigades begonnen intussen een internationaal netwerk te vormen.
Ik kan het niet laten om te denken dat als de coup nu had plaatsgevonden, dat deze Chilenen nooit zo’n gastvrij welkom hadden gekregen als toen. Eind jaren negentig, toen Chilenen en sympathisanten stilstonden bij de vijfentwintigjarige herdenking van de bloedige staatsgreep, werd al de retorische vraag opgeworpen of de Chilenen wellicht de laatste welkome vluchtelingen waren. Nederland begon namelijk een kil en ongastvrij land te worden, naar binnen gekeerd en bang voor de buitenwereld.
Wat kunnen we vandaag de dag leren van de Chileense ervaring? Allereerst dat internationale solidariteit geen holle frase hoeft te zijn. Dat bewees de Rotterdamse burgemeester André van der Louw toen hij de Chileense vluchtelingen hoogstpersoonlijk welkom heette en hun vrijheidsstrijd in woord en daad steunde.
Vanzelfsprekend voelen veel Chilenen zich verbonden met de Palestijnse zaak, omdat zij weten hoe het is om onder een tiranniek en militair regime te leven. Er zijn dan ook genoeg parallellen te trekken. Wanneer pro-Palestijnse activisten in de Rotterdamse haven de toevoer van Israëlische wapens proberen te blokkeren, dan doet dat sterk denken aan de Rotterdamse dokwerkers eind jaren zeventig die ladingen Chileense appels weigerden te lossen.
Een ander Chileens voorbeeld van toen dat ook in dit digitale tijdperk naar mijn idee nog altijd van groot belang kan zijn is straatkunst. Het is ongelooflijk belangrijk om verzet tegen onrecht ook in de fysieke buitenruimte zichtbaar te laten zijn. Chileense muurschilderingen lieten in de jaren zeventig en tachtig zien dat de revolutionaire geest nog springlevend was. Het nodigde achteloze voorbijgangers uit om even stil te staan, het creëerde bewustwording bij mensen die anders nooit of oppervlakkig in aanraking zouden komen met het onderwerp.
Je zou kunnen stellen dat de ouderwetse muurschildering misschien nu wel de beste manier is om het perverse algoritme van sociale media te verslaan, een algoritme dat vooral in dienst staat van commerciële en extreem-rechtse partijen. Een openbare muurschildering kun je niet shadowbannen.
Dan kom ik aan bij dit kunstwerk, deze ode aan Salvador Allende, in 1999 onthuld en meer dan een kwarteeuw later gerestaureerd door Kata Núñez. Het is een universeel en tijdloos beeld, je hoeft geen kunstkenner of historicus te zijn om het te kunnen begrijpen. De zucht naar vrijheid, zoals het ontembare paard op het schilderij symboliseert, is een verlangen van elk onderdrukt volk waar dan ook ter wereld. De vriendelijke en hoopvolle gezichtsuitdrukking van Allende voedt het optimisme en de droom van een rechtvaardige samenleving. De dictatuur, gesymboliseerd door de schuilende generaal, heeft daar niets tegenover te stellen. Hem rest alleen schaamte in de duisternis.
Ik ben enorm trots dat dit kunstwerk weer onderdeel wordt van het Rotterdamse straatbeeld. De idealen waar het voor staat zijn nog altijd waard om voor te strijden.
Venceremos!
Lotfi El Hamidi