'Bleekneusjes' van Martin Lodewijk wordt feestelijk onthuld

(c) Martin Lodewijk

Datum: maandag 19 december 2022
Aanvang: 16.00 uur
Locatie: Westewagenstraat 62


Wie ‘Rotterdam’ en ‘strip’ zegt, zegt Martin Lodewijk. De in 1939 geboren en getogen Rotterdammer groeide uit tot één van de bekendste striptekenaars van Nederland. In opdracht van BKOR ontwierp Lodewijk het monument Bleekneusjes, ter herinnering aan de Rotterdamse kinderen in de hongerwinter. Het project is mede mogelijk gemaakt door gemeente Rotterdam en Matrans Holding/Vervat, in nauwe samenwerking met vastgoedontwikkelaar Leyten en Klunder Architecten. Bleekneusjes is geplaatst op de gevel van de nieuwbouw aan de Westewagenstraat 62. De onthulling vindt plaats op maandag 19 december vanaf 16.00 uur in aanwezigheid van burgemeester Aboutaleb.

OVER MARTIN LODEWIJK
Martin Lodewijk is al vijfenzestig jaar striptekenaar. Hij groeide op in het naoorlogse Rotterdam met Nederlandse tijdschriften als Robbedoes, Heroic en Tom Poes Weekblad. Maar ook zelfs met Amerikaanse comics, die in de havenstad Rotterdam gemakkelijk te vinden waren in tweedehandsboekwinkeltjes. Al vroeg probeerde hij zelf strips te maken, en met succes: al op zeventienjarige leeftijd publiceerde hij cartoons en strips bij het Rotterdamse bedrijf ATH, voor blaadjes (BoleroMascotte) en boekjes (RuimtevaartArent Brandt). Zijn bijdrage aan de stripwereld omvat de alom bekende sciencefictionreeks Storm en scenario’s voor allerhande series in het detective-, avonturiers-, western-, fantasy- en riddergenre. Het meest bekend is hij als auteur van de reeks Agent 327, een strip van hoog niveau, waarin hij bovendien kans ziet zijn diepe liefde voor zijn geboortestad Rotterdam vast te leggen.

 

OVER BLEEKNEUSJES
In de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog zijn er in de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Gelderland en Overijssel ongeveer 18.000 kinderen uit Rotterdam opgevangen om aan te sterken. Deze zogenoemde ‘bleekneusjes’ vonden bij gastgezinnen in deze provincies een liefdevol, warm nest en kwamen weer op krachten door het voedzame eten. De gastgezinnen uit de noordelijke provincies hebben het verschil gemaakt voor deze Rotterdamse kinderen. De opvang bij deze gezinnen betekende voor deze Rotterdammers letterlijk hun redding om te voorkomen dat ze van de honger, die in Rotterdam rondwaarde, zouden zijn gestorven. In Rotterdam zijn er nog veel ‘kinderen’ die met dankbaarheid aan die periode terugdenken .